Een demografische crash

De terugval van de vruchtbaarheid is gemakkelijk vast te stellen, maar lijkt langzamer dan ze werkelijk is. De meeste mensen besteden er dan ook geen aandacht aan. Evenmin heeft men oog voor de gevolgen van wat eigenlijk terecht een 'crash' mag worden genoemd, dit is een instorting.

Het eerste gevolg van dit fenomeen is uiteraard de veroudering van de bevolking; De gemiddelde leeftijd stijgt gevoelig. Rond 1900 bedroeg deze voor de wereldbevolking 20 jaar. Thans is dit reeds 25 jaar en in de rijke landen 40 jaar. Overal stijgt de gemiddelde leeftijd. In 2025 bedraagt die voor Japan 53 jaar, voor Duitsland 55 jaar en voor Italië 58 jaar.

Waar zal men op dit ogenblik nog de vrouwen vinden die het leven kunnen schenken en welke vruchtbaarheid zal dit geven? Deze veroudering heeft in sommige landen dramatische gevolgen. Zo zal de bevolking van Spanje in 2050 de oudste zijn ter wereld. Voor 1 kind van 15 jaar zullen er 3,6 volwassenen van meer dan 60 jaar zijn. Italië is er even erg aan toe. In de centrale, rijke en bekende provincie Emilia Romagna, met als hoofstad Bologna, is thans het aantal bejaarden boven de 70 jaar reeds dubbel zo groot als de jongeren onder de twintig. Indien Italië op zijn vruchtbaarheid blijft van 1995, dan zal binnen 100 jaar zijn bevolking zakken tot 14% van het huidig niveau. Voor Spanje is dat 15%, voor Duitsland 17% en voor Japan 28%. Zelfs Frankrijk zou in dezelfde omstandigheden op 50% van zijn bevolking terugvallen.

Deze veroudering brengt een snelle ontvolking mee. Hoe ouder de mensen immers worden, hoe groter de waarschijnlijkheid dat zij zullen sterven. Daarom zijn de sterftecijfers veel hoger in de rijke landen dan in de arme landen. Deze ontvolking wordt nog gecamoufleerd door een overschot aan geboorten. Dit is een fenomeen dat goed gekend is door de demografen en het groot publiek totaal ontgaat. Dit fenomeen kan men gemakkelijk begrijpen wanneer wij de geschiedenis van Europa kennen. Inderdaad zijn in onze eeuw in Europa heel veel kinderen gestorven onder de leeftijd van één jaar. Zo was 70 jaar geleden de kindersterfte tienmaal hoger dan nu. Daarbij zijn tussen hen die overleefden veel slachtoffers gevallen in de oorlogen. Al deze vervroegde overlijdens, die reeds lang zijn vergeten, geven een vals beeld van een overschot aan geboorten tegenover de overlijdens. Want indien alle mensen geboren in 1921 geleefd zouden hebben tot hun 77 jaar, de huidige levensverwachting, dan zouden de overlijdens uiteraard nu de geboorten ver overtrefen. Toch is dit nu reeds een feit. In 15 landen van Europa zijn er meer overlijdens dan geboorten.

Een ander gevolg van veroudering ligt voor de hand. Er zijn steeds meer oudere en afhankelijke personen. In onze ontwikkelde landen is de verhouding tussen het aantal gepensioneerden en de leden van de werkende generatie 3 tot 1. Als er niets verandert, is het 1,5 tot 1 in 2030.

Sociale zekerheid van morgen

De sociale zekerheid is een breed begrip. Zij omvat kinderbijslag, werkloosheidssteun, ziekteverzekering, hulp aan mindervaliden, invaliditeit - en ouderdoms - pensioenen. Dit alles is eenvoudig te begrijpen. In 1960 was de levensverwachting 67 jaar. Men ging op pensioen op 60 of 65 jaar en in theorie moest er maar 2 tot 7 jaar pensioen betaald worden. In 1995 kan de pensioenleeftijd ook hetzij op 60, hetzij op 65 jaar bepaald zijn. Maar de levensverwachting is 79 jaar. Niet alleen verdubbelt de duur van het pensioen, maar stijgen ook de medische kosten. Vandaar dat men verdacht gekraak hoort in de sociale sector. De ontwikkelde landen zullen straks tussen de 9 en 16% van het bruto nationaal product moeten reserveren voor de pensioenen. De verdere stijging van de levensverwachting zal deze moeilijkheden enkel vergroten. De gezondheidszorgen nemen toe en worden steeds kostelijker door de ingewikkelde technieken die steeds meer door de geneeskunde worden gebruikt. De rijke landen leven boven hun stand, wat de moeilijkheden alleen zal vergroten. Zij klampen zich vast aan sociale wetgevingen die dateren van na de tweede wereldoorlog en werden uitgevaardigd in een klimaat van voorspoed en vertrouwen. De reflex tegenover deze verworvenheden is conservatief. Niemand wil rekening houden met de demografische evoluties.

Toch worden de budgetten van de sociale zekerheid geruisloos aangepast. Doch dit zijn allemaal maatregelen op zeer korte termijn. Niemand wil aanvaarden dat de dagen van de Etat providence geteld zijn.

Geen parlementair, geen partij heeft de moed om de burger diets te maken dat vele sociale voordelen in het pensioensysteem zullen moeten worden herzien. Integendeel, men houdt niet op gerust te stellen en steeds meer te beloven. Demografen en andere specialisten weten perfect dat dringende en radicale hervormingen niet kunnen uitblijven. De politieke wereld doet alsof ze deze waarschuwing niet begrijpt en houdt er geen rekening mee. De struisvogels zijn aan de macht. Hoe langer men echter de maatregelen uitstelt, hoe harder ze straks zullen aankomen. Op politiek vlak komt eigenlijk de democratie daardoor in gevaar. Indien men de verkiezingen wil winnen, dan heeft men blijkbaar geen keuze meer. De kiezer eist dat iedereen conservatief is voor de sociale verworvenheden, zelfs al werden deze veroverd in een totaal andere context dan de huidige. Men komt niet aan 'verworven rechten'. Toch kan deze mentaliteit de democratie danig bedreigen omdat zij de uitdagingen van de veroudering niet zal aankunnen.

Verpletterende massa

De actieve bevolking zal zich echter rap rekenschap geven van het enorme gewicht dat door de ouderen op hen rust. Deze massa zal hen werkelijk verpletteren zoals blijkt uit de bevolkingspiramiden. Het lijkt erop dat de actieve bevolking, waartoe dan nog vele werklozen zullen behoren, dit gewicht niet blijvend zullen dragen. Men mag zich dan ook aan ernstige spanningen verwachten tussen de generaties. Daar zijn twee redenen voor. Enerzijds zal de beroepsbevolking ook nog kinderen hebben, maar ook een aantal jongeren voor wiens opvoeding zij moeten instaan. Daarenboven zullen zij moeilijk de zwaardere fiscale pressie kunnen dragen, nodig voor het betalen van pensioenen en zorgen aan ouderen. Deze laatsten zullen door een electoraal overwicht, meer dan de jongeren en de werkenden, de aandacht van de politiek krijgen. Deze spanningen tussen generaties zullen nog radicaliseren nu stilaan, als Endlösung voor de sociale zekerheid, de euthanasie opdoemt.

Geen kinderen, geen cliënten. Wanneer er geen kinderen meer zijn, zijn er inderdaad geen cliënten meer. Dit is reeds zo in Duitsland waar grote bedrijven niet meer op hun volle toeren draaien omdat de cliënten niet talrijk genoeg meer zijn. De werkloosheid heeft dan andere oorzaken dan de toename van de productiviteit. De fabrieken hebben een overcapaciteit en zijn te groot omdat er niet genoeg vraag meer is. Men kan niet voortdurend de productiviteit opdrijven, noch produceren als er geen marktvraag is. De verspilling heeft dus ook haar grenzen. Naast het aanbod moet de vraag bestaan die een groeiende productiviteit verantwoordt. De groeiende vraag komt van een groeiende bevolking.

De economische, agrarische en industriële vooruitgang hebben eigenlijk alleen een rijkere bevolking mogelijk gemaakt. Het voorbeeld van Indië is bijzonder interessant. In dit land werd een groene revolutie gelanceerd door de Nobelprijswinnaar voor de vrede, Borloch, in 1970. Veertig jaar geleden telde Indië 200 miljoen inwoners en kende af en toe vreselijke hongersnood. Niet alle problemen zijn opgelost. Maar Indië telt thans 900 miljoen inwoners en voert voedsel uit. Vanaf het ogenblik echter dat er een hoge productie is en een verouderende bevolking, dan lijdt het economisch systeem aan een disfunctie. Het heeft immers geen zin zich uit te sloven voor steeds meer technische vooruitgang en nieuwe consumptiegoederen wanneer de vraag wankelt. Dit fenomeen wordt nog verergerd wanneer het opdrijven van de productiviteit gebeurt om de productiekosten te verminderen. Daardoor ontstaat ook werkloosheid en vermindert de vraag.

Verminderde investeringen

Men kan niet investeren enkel door een beroep te doen op leningen. Investeringen gebeuren door winsten gemaakt binnen de economie. Investeringen worden dus mogelijk door het sparen. De productiecapaciteit moet dan ook meer zijn dan het dekken van de behoeften. De economie bevredigt dus niet alleen de behoeften, maar produceert ook het sparen. De veroudering van de bevolking is hier een bijzonder groot gevaar vooral voor de rijke landen. Een verouderende bevolking produceert minder, investeert minder en verbruikt het spaargeld. De investeringen worden geremd en de creativiteit wordt niet langer aangemoedigd. Niet alleen wordt het spaargeld opgedaan, maar men is geneigd steeds meer een beroep te doen op leningen ten laste van de volgende generaties. Zo ziet men stilaan een grote tendens omkeren. De oudere landen beginnen te lenen aan de jonge naties die in staat zijn winst en spaargeld uit te voeren. Zo wordt wie vroeger geholpen werd een uitlener en kan aan de vroegere helper zijn huidige schuldenaar drastische voorwaarden opleggen.

Deze situatie is bijzonder gevaarlijk, doch wordt door weinigen gezien. Daarbij wordt alles nog verzwaard door de fiscale politiek. De fiscale politiek ontmoedigt steeds meer het sparen en straft het zelfs. Wat moet geïnvesteerd worden, wordt in een sociaal stelsel verteerd. Onder druk van een verouderde bevolking wordt de fiscaliteit uiteraard gebruikt voor een kunstmatige bescherming van bestaande sociale verworvenheden. Deze bescherming is kunstmatig omdat de meeste landen niet meer in staat zijn het systeem te handhaven. De rijke landen hebben een fatale vergissing begaan. Zij hebben nooit begrepen dat het menselijk kapitaal in de huidige economie het voornaamste is. Zij hebben niet gezien dat een bevolking eigenlijk functioneert als een machine. In een fabriek worden de oude machines vervangen door nieuwe en productievere. Hetzelfde moet gebeuren in een bevolking. De jongere bevolking moet beter opgeleid en productiever worden. Zij moet vooral in aantal blijven. Daarvoor is een familiale politiek nodig die de ouderen niet meer interesseert en electoraal straks niet meer loont.

De eenheidsmunt

Een ander gevolg is minder gekend, doch is even zwaar. Het gaat om de schreeuwende verschillen in leeftijdsstructuur tussen verschillende landen. Ook in de rijke landen zullen er spanningen zijn tussen de generaties. Er zullen ook spanningen zijn tussen naties, provincies en regio's die allen verouderen, maar de ene sneller dan de andere. Het demografische, dynamische zuiden zal helemaal geen solidariteit ontwikkelen tegenover het noorden. Tussen de naties van de Europese Unie moet men evenmin grote solidariteit verwachten. Sen, de Nobelprijswinnaar voor economie in 1998, zei het duidelijk. Een eenheidsmunt vermindert de manoeuvreerruimte van de regering tegenover werkloosheid en recessie. Europese regeringen hebben het middel waarover zij beschikten, de aanpassing van de wisselkoers, uit de hand gegeven. De verantwoordelijken van de Europese Centrale Bank vinden dat zij voor monetaire stabiliteit moeten zorgen en geen beweging in de munten toelaten. Zij zijn voor een lage inflatie en een lage werkloosheid. Het essentiële verschil tussen Europa en de Verenigde Staten is hier klaar. De Verenigde Staten interesseren zich aan het terugdringen van de werkloosheid. De manoeuvreerruimte in Europa tegenover de werkloosheid is daarentegen bijzonder smal geworden. Zij zal nog smaller zijn tegenover de gevolgen van de veroudering. Het Europees monetair systeem is rigide. De verschillende landen die zijn toegetreden hebben andere economieën en zullen het bijzonder moeilijk hebben om maatregelen te nemen die aangepast zijn aan de toestand van hun bevolking. Deze situatie zal in de Europese Unie voor grote spanningen zorgen.

Daarbij ligt het tenslotte voor de hand dat de migratoire druk uit de jonge landen van het zuiden steeds sterker zal worden en een beheersing van dit probleem praktisch niet meer mogelijk is. In Frankrijk, Italië en de Verenigde Staten is deze migratoire druk hét probleem voor de 21ste eeuw. In 2030 bestaat de bevolking van Duitsland uit 30% vreemdelingen. In München en Frankfurt wordt dit 50%. Deze migraties zullen een ongekende invloed hebben op elke natie en op de internationale relaties. Een ernstige en serene bezinning met enkel oog voor de ware belangen wars van elke opgelegde 'politieke correctheid' of andere demagogische dwangbuizen is meer dan ooit nodig.

Land

Bevolking

x 1.000

1997

Bevolking

x 1.000

2050

Aangroei

 

1997-2050

Jaarlijkse

aangroei

1997-2050

Huidige

aangroei

1999

Frankrijk

58.609

48.219

- 18%

-0,34

0,3

Spanje

39.108

29.405

- 25%

-0,47

0,0

Italië

56.831

38.290

- 33%

-0,62

- 0,0

Duitsland

82.072

57.429

- 30%

-0,57

- 0,1

China

1.226.275

1.332.435

+ 9%

0,17

1.0

Mexico

96.807

167.479

+ 73%

1,38

2,2

Brazilië

167.661

228.145

+ 36%

0,68

1,5

USA

267.901

384.241

+ 47%

0,89

0,6

Algerije

29.830

58.880

+ 97%

1,83

2,4

Marokko

28.565

52.069

+ 82%

1,55

1,7

Iran

67.540

142.336

+ 111%

2,09

1,8

Turkije

63.528

103.649

+ 63%

1,19

1,5

Deze ongelooflijke tabellen duiden op een relatief korte tijd van vijftig jaar de Europese toekomst aan. In Spanje, Italië en Duitsland zal het aantal ouderen (60) in 2050 zo'n 3 maal groter zijn dan het aantal jongeren (20). Na 2050 zal de implosie nog versnellen en de bevolking zal drastisch verminderen tot 15 à 18% van het huidig aantal in Spanje en Duitsland en dit binnen de 21ste eeuw.

To download the text, clik here: Een demografische crash (pdf file).